selexie uit verser werk

SYRISCHE HAMSTERS

 

Er komen hamsters uit Syrië

Er komen hamsters uit de doodstrijd aldaar

Ze komen naar hier

Als huisdier

 

Een bezienswaardigheid in

De kamer

De tredmolen

 

Zie hun wangen bol staan

 

Leven

Ze hebben er hun mond vol van

 

 
WAARNEMINGEN

 

Depressief na

De maaltijd

 

Al dat vreten

Dat ik met me mee moet slepen

 

In plaats van een trap naar de hemel

Een loden kogel om mijn nek

 

Een brok verdriet in mijn keel

 

 

 
ONOOGLIJKE POSE

 

Zoals ze erbij staat

Zo van

 

“Waar laat ik mijn armen?

 

Denk ze even weg

Zou de maker van

De venus van Milo zeggen

 

Deze armen

Wie moeten ze omhelzen?

 

Deze armen

Die ik zie verlangen

Onzichtbaarheid

 

ASSOCIATIES

 

Hier staan niets anders dan

Woorden

 

Woorden ropen beelden op

 

Welk beeld

Roept het

Woord

Op

VRAGEN

 

Hoe zal deze dag verlopen?

 

Wat zal ik zeggen

Tegen wie?

 

Wat zal ik moeten zeggen tegen

Hem of haar die ik ontmoet?

 

Wie dwingt mij wat te zeggen?

En wie legt mij eens het zwijgen op?

 

 

 

VERWARRINGEN

 

War

En waren

 

Ik ben

In de oorlog

 

Ik graaf de loop

En loop de graaf

 

De waar declareren

The war to declare

 

Wirwar

Van waren

 

Wapens verhandeld

 

En luid en duidelijk

Herinner ik mij

Het woord

 

Bom

 

Een afkorting

Van

 

Bomen

ZWAARTE

 

De zwaarte bestaat niet

Zolang

Ik me

Ik me

Ik me

 

Voortbeweeg

 

Ik

Het zelf verder breng

 

In ieder geval

Heb ik nu

De vrijheid om

De zwaarte te negeren

 

 
WAT HET IS

 

Het kan een grillig landschap zijn

Het kan ook een statistiek zijn

 

Voorlopig is het een lijn

Die bij voortduring afwijkt

Van de rechtheid

 

Een lijn die contact zoekt

Met zowel boven als beneden

 

THEMA

 

Doos

Ik zei bijna dood

 

Ik zet de dood hier neer

Ik zeg maar

Doos

 

Wat een verschil

Tussen een s en een d

 

Wat maakt een letter verschil

 

Je krijgt via de telefoon te horen

Je bent een doos

 

Liever het scheldwoord

Dan het onontkoombare

 

Voor dood

Kun je je oren niet sluiten

 

Houd een schild voor je hart

Als dat woord wordt uitgesproken

 

 

 
TOESTANDEN

1

Hier

Waar we sliepen

 

De droom

Een goed heengaan

Wensten

 

Hier

Waar we druisten

Tegen de duisternis in

 

Ondanks gesloten ogen

Recht het geloven in keken

 

De gestorvenen bleken

Nog te leven
2

 

Niet zozeer

De druk van het zijn

 

Als wel

 

De druk

Van

Het herinnerd worden

 

De druk van

Het eenmaal gevormde beeld

Van jou
3

 

Wat je zegt

En ongewild

 

Later wordt herhaald

In plaats van

 

erroepen
4

 

In de spiegel

Terugkijken op

Je fouten

 

Niet vooruit

Het raam in

 

Naar

Grootse daden
5

 

Geluiden

Van naamlozen

 

Dingen

Mij niet toegeroepen

 

Ik kijk om

Er is niemand

 

Er is

Veelheid

 

Meer niet
6

 

Ga over

In

Naaktheid

Waarheid

 

Verander

Niet

 

Verzelf

 

 

 
BIJ EEN SCHILDERIJ

 

1

 

de hond is half

 

er is

een bepaalde zijde

een halt toegeroepen

 

hij verschijnt als

het verdwijnende

 

het net nog zichtbare

zwart-wit

 

2

 

De hond

Is

 

Het weggaande

 

Door

De

Deur

 

De laagte

van

Een luik

 

Wij zien

Geen omkijken

Maar een voortgaan

Doorgaan

 

Precies

Op de helft

stilstaan
3

 

het onzichtbare deel

sluit

op het zichtbare aan

 

we kennen

het verschijnsel

hond

 

precies

exact

voor de helft gescheiden

in

 

zichtbaar

en al niet meer

 

zichtbaar
4

 

hier

 

wie

ontmoet ik

hier

 

met wie

proost

ik

 

met

het niet bestaande

 

hier

aan de andere kant

van het herinnerde

 

daar ga je

 

hier

ofwel

 

die papier dat het zegt

proost

 

sterkte water

verrassend later

 

nu, blijf weg
5

 

is er

verwarring

of

verwaring

of

verwarming

 

wat verwaart

of

gaat bestaan

 

en wat verweert

zonder verweer

tegen

 

het vergaan
6

 

zoals

dit is

 

zo is

het mis

 

zo wordt het

gemist

 

zo wordt het

nooit

meer
7

 

het moment

 

het is ineens

uniek

 

wat zo bekend was

is

ineens zo onbekend

 

zo spoorloos

 

het laat

een indruk na

 

geen afdruk
8

 

moet je het wel tekenen

als je het niet kunt tekenen

 

kan er niet gewoon

een hand over het papier gaan

en het doen verschijnen

 

het wit doen wegtrekken als

een gordijn
9

 

vooral

het onbegrijpelijke

 

het laat zich niet

begrijpen

 

het laat zich raden

in al zijn radeloosheid

 

razend
10

 

om de beweging heen

sluipt het weg

 

sluist het zich

het ongeziene in
11

 

het moment gepakt

dat

hij door de deur gaat

 

voor de helft weggaat

 

uiteengerukt

ofwel

verdeeld

 

in weggaan

en

nog even blijven

 

nog even zichtbaar

zijn
12

 

het gaat

weg

 

je mist

het niet

 

het is

zo bekend

 

het is

je

zo gewoon

 

dat

het iets van terugkomen

in zich heeft

in zich

houdt

13

 

hier is het

voor de helft

 

het zichtbare van

de hond

 

het weggaan

oogt

als

 

nooit

echt weggaan

 

 

 

 
KLEIN VOORVAL

 

In de broek

Die ik gistermorgen droeg

Zit geen portemonnee

 

Ik rol vergeefs

De zakken

 

Er is even paniek

Ik ben even straatarm

Beroofd

Berooid

 

Houd de dief

Roep ik

 

Houd het verlies

 

 
ONGESCHIEDENIS

 

Op welke plaats

Valt de datum van

Het niet gebeurde

 

Ergens

In het voorlopige

Te veronderstellen

 

Ik verhaal er niet over

Ik hul mij in een groots zwijgen

 

Het niet gebeurde

Is te groot

Om te gebeuren

 

Het kan geen jaar vinden

Om te doen verblinden

 

 

MINIEM

 

Ik sta

Ik ga

 

Ik sta te kijken

En zie

Hoe ik erbij sta

 

Ik ga af

Op wat men ziet

Op wat men van mij wil zien

 

Ik kijk naar

Wat ik ga tonen

 

Ik ga aan het werk

 

 

 

 
ANSICHT

 

De oude foto

Zie

 

De tijd is niet

Gebleven

 

De huizen zijn

Ontspoord

 

Over blijft

Het licht

 

Van de foto

Die vergeelt

 

 
HEIMWEEVUIL

 

Daar is het. Of toen. Mijn grootfamilie. Daar aan tafel. Daar. In het inmiddels afgebroken huis. Mijn grootfamilie. Twee oma’s, een opa. Een oudtante. Verdwenen. Langzaam. Een voor een. Met genoeg tijd om uit beeld te verdwijnen. Kleiner wordend. Ronder. Terug in foetushouding. De gestalte. Rond als een punt achter de gestalte. We keken allen of we werden beloerd door het oog van de camera, dat oog van de naald. Dat neutrale oog dat nooit knippert en waaraan geen traan ontspringt. De foto wordt geknipt. Klik klinkt het. En we worden afgesneden van het moment.

 

Vorm

Volstrekt vorm

 

Los

Van inhoud

 

Vrij van

Wat het voorstelt

 

 
DIALOOG

 

A het blad viel

B en verder, en toen

A sneeuw viel

B de sneeuw, het sneeuw

A het sneeuwde

B en la de sneeuw toen stil

A hij was stil totdat er iemand op trapte

B en klonk er geritsel, en wat zei de sneeuw

A ik weet alleen hoe hij oogde, ik kende alleen het signalement van de sneeuw, de sneeuw sprak: krak, maakte geluid onder invloed van voeten, de sneeuw werd vertrapt

B en klonk er protest, en steeg er een klaagzang op uit de sneeuw

A de sneeuw was niet wit van schrik, niet wit van woede, de sneeuw was enkel wit van sneeuw

 

 
GEWEER

 

Om te schieten

Om een mens in de verte te treffen

Hem tot zwijgen te brengen

Of

Om hem te verwonden

 

Die mens

 

Een geheim

Een gevaar achter de horizon

 

GEWEER 2

 

Die mens

 

Ik wil hem niet kennen

Ik ken hem van zijn vuur

Zijn wapen

 

Ik stel me hem voor

Als

Mijn moordenaar

 

Een mens

En

Een mens

 

We zijn

Aan elkaar gewaagd

En aan elkaar

 

Tegengesteld

 

GEWEER 3

 

Een mens

En

Een mens

 

Is

Een mens

Verschil

 

Een mens

Waarvan ik geen menselijkheid verwacht

Maar dood

 

 
GEWEER 4

 

a doden, hoe kom je erbij

B gewoon door er te zijn, word maar eens hier geboren, dan piep je wel anders, dan vraag je dat niet, dan vraag je om een geweer om mee te schieten
TEKEN EN DE

 

Ik teken-de

 

Ik maak-te

Een tekening

 

Wellicht

Maakte ik

De

 

Tekening

 

Ik tekende

 

Wat deed

De de

Achter teken

 

Zat hij verleden tijd te zijn

Zorgde hij voor verleden tijd

 

Ik tekende

Ik teken de

 

Ik teken nu

Niet meer

 

 
SCHRIJVEN

 

Ik schreef

 

De woorden waren veel te groot

Ik diende ze terug te brengen tot aanvaardbare proporties

 

Ik schreef

Woorden waaraan men mij kon meten

 

Ik schreef

Minder dan niets

 

 
ELEMENTAIR RAADSEL

 

Vier krachten. Ze werken op elkaar in. We proberen de kracht in krachten onder te verdelen. Eigenlijk is er alleen maar beweging.

 

De invloed van de maan op mij. De maan die met me praat, die ingaat op wat ik zeg, door er tegen in te gaan. De maan die klinkt als een vermaning. Ten volle

 

Explosie. Geen bewegingen meer, behalve dan de ontzetting. Het hervinden van de chaos

 

Eerst was er het woord. En daarna de oorlog( na de innerlijke strijd en het uitgebreide onderzoek)

Eerst was er de economie en vervolgens geen woord daarover (de wapenindustrie)

 

Eenvormige oerknal. Een term uit de wetenschap. In plaats van een scheldwoord

 

De oerknal was het startschot. De dingen luisterden naar het vooruit. Daar in de verte ligt de uiteindelijke vorm, die ze aan zullen nemen. Niemand wint. Ieder kleedt zich in verandering

 

Er is nergens een klok te horen. De tijd heeft geen richting. De tijd komt uit het niets. De tijd komt wellicht uit het midden voort. Nergens hoor ik het gelui van klokken. De tijd is lui of uitgestorven. Het is vijf uur, ik heb mij eeuwigheid verworven

 

 
Appel: val

 

En de appel

Gehoorzaamt

Aan het bevel

 

En

De natuurwet

 

Behalve natuurlijk

De ongehoorzame appel

 

De onbegrijpelijke appel

 

 
LICHT

 

Het licht is het oog van de dag

Dat me streng aankijkt

 

“Ik schijn over de wereld

Waarin jij hoort te handelen

 

Je moet zijn in mijn licht

Je moet zichtbaar zijn”

 

Ik sluit mijn ogen

En zoek de vergevingsgezindheid van het duister

 

 
RO-MAN

 

Een man

Hij heeft nog niets gedaan

Hij heeft nog niets betekend zonder naam

 

Ik weet niet wie hij is

Ik heb iets over hem gehoord

Gelezen wat hij heeft gedaan

 

Een man

Gelijk aan een geweerschot

 

Een man

Een onbekende man

Zo onbekend als zijn motief

En zo bekend als de handeling van

Elke man

 

 
MINIEM

 

Ik wil leven

In de schaduw van

Een suikerklontje

 

Zo weinig plaats innemend

Zo amper opgemerkt worden

Heerlijk zoet leven

En braaf

Geen heldendom nastreven

 

Maar een veilig

Lafaard schap

 

 
ZIJN EN HEBBEN

 

Wat ik heb

Bezit ik

In grijze zakken

 

Wat ik ben

Ben ik

Tussen zaken in

 

 
WALBURGSE GEDICHTEN

 

1

 

In herinnering

Is liefde

Nooit verleden tijd

 

We lachen nog altijd

Als het licht wordt

Lichter

Wordt

 

In onze weemoed

Duurt de liefde voort

 

Verleden

Wordt

Door geen enkel heden ooit

Verstoord
2

 

ik geloof het heden niet

 

mijn ogen zien

zoveel meer

dan verdriet

 

wat geweest is

is nu
3

 

je bent hier niet

en toch

volg ik overal je blik

 

overal

waar het licht op valt

 

ik zie

wat jij zou kunnen zien

 

mijn ogen

zijn hier

niet werkelijk

de mijne
4

 

hoe ver we ook

uit elkaar gaan

 

hier zullen we

altijd blijven staan

 

hier

waar we samen zijn geweest

 

hier

waar we samen zouden kunnen zijn

 

deze plek

hebben we steeds

in

 

het vooruitzicht
5

 

hier

ga ik naar toe

om jou te ontmoeten

 

ik weet dat je ergens bent

in dit licht

in deze schoonheid

deze ontroering

 

ik beweeg hier

en ergens beweeg ik met je mee

 

ik beweeg

zoals mijn gemoed beweegt

 

 
OORDEEL

 

Zoveel mislukte schoten

1 doelpunt

En

Je bent een held

 

Zoveel briljante acties

1 misser

En

Je bent een loser

 

 
FLARD

 

Herhaaldelijk

 

Om

Maar iets

Te opperen

 

Herhaaldelijk

 

Als

Rudimentair

Betoog

FLARD

 

Ja

 

En nog eens

Ja

 

En meer dan dat

Staat er niet

 

Ja, waarvoor

Ja, tegen wie

 

 
FLARD

 

De fles

 

Hij staat er niet

De te openen fles

De fles waaruit te drinken valt

 

De

Te interpreteren fles

 

Waar staat hij

Wat bevat hij

 

Behalve cassis

 

 

 
DRANG

 

Niet op ervaring

Stoelt dit schrijven

Maar

Op drang

 

Er wil iets zijn

 

Ik wil er zijn

Hier

Op dit papier

 

En dit zijn

Aan niemand weggeven

 

En dit zijn

Onder iedereen verdelen

 

 
TAAL

 

Deed ik

 

Het ik

Is

 

Een doen

 

Aan

Het doen

 

 
PYTHAGORAS

 

Ken

Het

Ma-

 

Ken
TJE

 

Zo ging het

 

Daar

Werd nog niets mee

Gezegd

 

Het werd gewoon

Gezegd

 

Het klonk

Zoals

Een steen

Dwars door een ruit

Kan klinken

 

Zoals ook

Stilte

 

Klinkt

 

 
WALBURGS

 

Ik zie je niet

 

Ik geloof

Mijn ogen niet

 

Ik geloof

In

 

Wat ik voel

 

 
WALBURGS

 

Met deze handen

Heb ik je vastgehouden

 

Deze handen hebben nog altijd

Dat vertrouwde van

Het strelen

Het liefkozen

 

Deze handen

Hoe leeg ook

Ze hebben altijd nog dat tedere

 

Ze hebben nog altijd

Alles voor je over

 

Dat alles

Dat nog altijd over is

Van jou

 

 
WALBURGS

 

We gaan niet uiteen

We blijven trouw aan dit moment

We blijven

Zoals het is

Hier

 

We blijven in September

Herfst vieren

 

Het licht nodigt

Tot niets anders

Dan tot dansen uit

 

We gaan niet uiteen

Het is onmogelijk te scheiden

Bij deze muziek

De elementen

Die ons samenbinden

 

 
WALBURGS

 

Ergens blijf je mijn geliefde

Al is het hier

Op deze plek

Waar wij nooit samen waren

 

Ergens blijft onze liefde bestaan

Naar deze plek gaan

Is

Opnieuw

Samengaan

 

Is

Terugkeren

Naar

Wie we samen waren

 

Die figuur

Die wij alleen

Nooit zouden kunnen zijn

 

Hier zijn

Is onze liefde herbeleven

Liefde

Tot herfstlicht verheven

 

 

WALBURGS

 

Ach liefde

Je was mooi als

De geliefde

Mooier nog

 

De liefde

Nam alle onvolkomenheden weg

 

Er schuilde iets van

Het volmakende in

De liefde

 

De liefde

Hoe vaak herhaal ik het woord niet

In mijn verlangen

In mijn verdriet

 

Van

Onze

Liefde

Bleef

De

Liefde

Over

 

 

MEDIA VITA

 

Hoe ziet de toekomst van

Een bijna negenvijftigjarige eruit

 

Hij wordt niet langer

Door ideeën op sleeptouw genomen

 

Hij loopt aan de leiband van het verleden

Waarin hij veel ongeloof vergaarde

 

Voor zijn cynisme

 

 

MOTTO

 

snel schrijven

nog voor ik ga begrijpen

waarover ik schrijf

 

 
EXPRESSIONISME

 

ik praat het beeld

ik spreek het beeld

 

ik beweeg

gevoelvol

vol emotie

 

het beeld onscherp

 

het beeld

is zenuwbeeld

 

 
KARWEI

 

de gele figuren

dragen

het geel

niet als last

maar ter herkenning

 

hen

is het geel toegewezen

 

de gele figuren

zowel

als

 

de gele bloemen

 

 
OOGSTLIED

 

zo hoog

staat het mais

 

de oogst

kan niet mislukken

 

de droogte heeft niet

overheerst

en een overvloed aan regen

zorgde niet voor

kleine kolven

 

het mais staat hoog

 

weldra wordt de bodem

van de laadwagen

onder maiskorrels bedolven

 

 
WALBURGS

 

onze liefde

was verweven

met deze schoonheid

 

zo mooi

kan de muziek zijn

de natuur zijn

de liefde zijn

 

vreemd

nu

 

te moeten schrijven

over onze liefde

in

 

verleden tijd

 

 

 

 

 

VAATSTRA

 

Hij ziet zijn dochter niet meer levend lachen. Hij ziet zijn eigen portret   steeds weer in de kranten. Hij leeft verder als bitterheid, als droefheid. Hij heeft de moordenaar gezien, staande in de rechtszaal. Geen wraak, hoe zoet ook, zal zijn dochter tot leven brengen. Hij stond oog in oog met de moordenaar van zijn dochter, de moordenaar die het laatste levenslicht in die ogen heeft gezien. De vader trof de dochter dood aan in het weiland. Van de dader toen nog geen spoor. Met het ontluiken van haar schoonheid, haar begeerlijkheid, ontlook tevens de waanzin van, de wreedheid van de wereld. De vrees van alle vaders verenigde zich in de afschuw van die ene vader toen die morgen. Wat een morgen. Wat een vreselijk morgen moet dat zijn geweest. Met het eerste licht de eerste aanblik van een dode

 
PERSOON

 

Wat leeft er in mij.? Een medeleven. Ook de ander heeft een huis in mij, zoals de ander in mij een oor vindt, dat luistert en een hand die de wonden probeert toe te dekken

Jullie pijn is onzichtbaar. Jullie pijn ben ik

 

 

MIJN

 

Stilte

 

Dit is

Het nieuwe van

De taal

 

Het

Door zwijgen

Dit zwijgen

 

Gezuiverde

 
HISTORIE

 

De stilte vertelt zichzelf een spanningsloos verhaal. Desalniettemin is het een verhaal. Het begint zoals het afloopt. Een grote lijn van stilte, ontspannen.

 
STILS

 

In

De stilte

 

Een

Beperkt

Aantal

Woorden

 

Zwijgen

 

Om

Precies

Te zijn

 
MIJNS

 

Wat

Verzwijgt dit

Wat roept het op

 

We laten het

Het laat zich

 

Ik ben

Stilte

Ik ben

 

Stil

 

 
MIJNS

 

Het is

Stil

 

Het blijft

Stil

 

De stilte

Ver-

Nieuwt zich

Niet

 

De stilte

Zet

Zich voort

 

Het is

Stil

 

De stilte

Ziet zich

Voortgezet

 

 
MIJNSS

 

Het is stil

Ik ben stil

 

Vereenzelvigd

Met

Wat ik hoor

 

Met

Wat mij beweegt

 

Deze woorden

In die stilte

 

Het aangewezen

Ongeluid

 

Ik ben stil

In

 

Mijn stilte

 

 
MIJNSSS

 

Het

Schrijven

Heeft

Geen naam

 

Het schrijven

Heeft

De naam van

 

Het geschrevene

 

 
MIJNSSSS

 

 

Zwijg

Het zwijgen

 

Dat

Naar

Binnen

Wijst

 

Dat

Niet

Eens

Wijst

 

Weigert

Te

Wijzen

 

Volop

Zwijgt

 

Richtingloos

 

 
MIJNSSSSSSSS

 

Er is

Geen richting

In

 

De punt

 

Er is

Een plaats

Waar

De punt

Staat

 

De exactheid

Het exacte

Van

De punt

 

Als

Extract

Van

 

Een

Aanwezigheid

 

 
MIJNSSSSSSSS

 

Het woord

 

Met

1 been

In

De muziek

 

En

1 been

In

De stilte

 

Meer

Zeg ik niet

 

Minder

Zing ik niet

 

 
SPREUK

 

In

Orde

Is

In stilstand

 

 
GEBEURTENIS

 

Alles

Plaatst zichzelf

 

Alles heeft plaats

 

Alles

Heeft plaats

Genoeg voor

Zichzelf

 

Alles heeft plaats

Op

De aangewezen plaats:

 

Het tijdstip

 

Een stipje

In de tijd

 

 
VERLEDEN TOEKOMST

 

Ik

Heb

Het niet gedaan

 

Betekent

 

Ik

Doe het niet

 

 
MIJ

 

Stilte

Als

Een steen

Rechtop

 

Gelijkmatig

Gepolijst

Egaal

Onaangetast

 

Stilte

Als

Een stem

Die doorgaat met

Niet te klinken

 

Stilte

Die tot taak heeft

Daar

Te

Zijn

 

Het daar

 

 
MI

 

Is wit

Een kleur

 

En stilte

Een geluid

 

En

Als ik

De stilte eens

 

Wit

Kleur

 

Het geluid demp

Met

 

Sneeuw

 

 
M

 

Het blauw

Wordt blauwer

En

De tak

Takkiger

 

En ik

Intensiveer

Mijn

Ik

 

 
FANTASIE

 

We nemen rood

Als kleur

Als voorbeeld

 

Verbeeld ik hiermee

De wereld?

 

Rood is geen kleur

Maar een verzinsel

 

 
ASSSO

 

Men ziet mij

Bij het begin

Beginnen

 

Houtwol

De geur van urine

 

Twee dingen

Zo verschillend

En toch zo samen

Op dit tijdstip

 

Dit lauw beleven

Koud

En uiterst kil

Beschreven

 

Ik weet niet

Hoe dit verder voert

 

Voer het uit

 

 
ZONDER TIJDSTIP

 

Er bestaat geen ander beeld van

De tijd

Dan

Deze cijfers

 

Ik

Die de getallen

Van

De tijd vaststel

 

7.47

 

Het is een meting

Van de tijd

 

Een piepklein tijdstipje

 

Het is mijn tijd

En de tijd

Van

Mijn leven

 

 

 
ONDERBREKINGEN

 

1

 

Het woord als vormgeving

De woorden als ingeving

 

2

 

De naam die staat

Als een aangegeven tijd

 

Het is zo heet

Zo heet de tijd

 

3

 

De oude vrouw een kaakslag toedienen

Vanwege de gedachte

Die zij over mij zou kunnen hebben

Elke gedachte verwijderen

Elk denken

 

4

 

Ik wil worden bevrijd van

Gedachten over mij

 

Wie me aankijkt

Die is al bezig

Een oordeel over mij te vormen

Mij te misvormen met zijn oordeel


5

 

Niet het poëtische

 

Wel

Het meest wezenlijke

 

6

 

Deze muur

Deze angst

 

Beiden aanwijsbaar

 

Leesbaar

 

7

 

Deze muur

 

Deze angst

 

Benoemd

Weliswaar

 

Maar

 

Waarvoor

 

 

 

 

 

Het                                                                                                      Het

Het                                                                       Het

Het                                        Het

Het        Het

Het

 

De verdubbeling de verdubbeling de verdubbeling de verdub

 

 
ONDERBREKINGEN 2

 

1

Vermogen

Wat in mijn vermogen ligt

Wat op de bank staat

Dit

 

Dit

Wat ik bezit

Aan aandelen en onvermogen

Wat ik tekort kom aan geweten

 

2

In deze stilte hoor ik

Wat is gezegd

In deze stilte hoor ik

 

Wat werkelijk is

Wat nu is

En wat nu betekent

 

In deze stilte

Hoor ik de stilte zelf niet

 

3

Een paar pieken van onkunde, schaamte

Het woord schaamte is genoemd

En nu

Op weg naar volmaaktheid

Of volmaakte onzichtbaarheid

 

 
ONDERBREKINGEN III

 

1

 

Opgaand in de dingen die ik doe

En

De herinneringen die dat weer oplevert

 

De spiegel

Die het verleden je voorhoudt

 

Je spiegelbeeld

Je schaamtebeeld

 

 

2

 

Het nu

Onzijdiger kan het niet

 

3

 

Wat weet ik van je

Wat durf ik van jou te weten te komen

En wat durf ik zelf te laten weten

Zeg me

Waar is de veilige ingang tot elkaar


ONDERBREKINGEN IV

 

1

 

Zin

Welk woord komt er na

Dat woord

Behalve deze woorden

Deze vraag

 

Komt na zin

Alleen de komma en daarna

De oneindige leegte

 

Zin,

 

 
T

 

De t

De enige constante

In deze tijd

Overheerst door

Tijdelijkheid

 

De t

Verlicht

Er roodomrand

 

De t

Van tv

 

Ik kijk

De t

 

Zonder v

 

Ik schrijf

Hem

 

Ik

Schrijf t

 

Schrijft

 

De t van al wat er aan de hand is

De t van Cyprus

De t van Jihad

De t van crisis

Even rijk als Croesus

 

De t van Tegelen

En zijn passiespelen

 

Passie spelen

 

Hier

Het woord

En

De woorden die zichzelf tegenspreken

 

De t

 

Van echt waar

Van

Waarder kan het niet

 

De t

 

Van echt zwaar

En echtpaar

 

Echt raar

 

Hoe echt is

Onwaar

Hoe echt hoe recht is

Onecht

 

t

t

t

 

t

 

ik ben de tekenaar

van

 

t

 

de schrijver van

die ene letter

 

t

 

de t

waarvoor je je niet hoeft te schamen

 

de t

in

het niet

 

het

niet van spijt

 

de t

van

net niet

 

het lot

dat eindigt op

een t

 

zoals

zoveel

 

 

 

LEES MAAR

 

Hier staat

Weinig

 

Hier staat

Niets

 

Hier staat

Dit

En

Wat er staat

Staat

Er

Ook

Echt

 

 

Hier staat veel te weinig

 

Wat

Verwacht je

 

Het is een vraag

 

Het is

Niet

Een antwoord

Dat er staat

 

 
STILSTAAN BIJ STAAN

 

Het staan

 

Het is

Een houding

 

Wil je

Opstaan voor

Het staan

 

Of

Opstaan tegen

Het staan

 

In

Of

Uit

Beweging komen

 

 
STILSTAND

 

Dit is iets nieuws

 

Dit is

Het unieke tijdstip

 

24-3-2013

Op mijn kalender

 

23.57

Op mijn klok

 

Je bent getuige

Van een tijd

 

Die stilstaat

 

Ook

Dit gedicht

Staat

Stil

 

 
STILSTAND 2

 

Het is stil

 

Ik schrijf

Geen nieuwe woorden

 

Het is stil

 

Ik herhaal

Het feit

 

De stilte

 

Het blijft stil

 

Ik schrijf

Dat ik

 

De stilte

Niet stiller

Maken

Wil

 

 
DIEPTE

 

Aanwezig

Als

Al

Het aanwezige

 

Legt

Het vormende

Zich vorm op

 

In

De plicht

Tot

Zijn

 

Tot

Manifestatie:

 

Daar zijn

 

 
DE MEESTE WEERSTAND

 

De lange weg

Is

 

De bedachtzaamste

 

De lange

Weg

 

Is

De meest

Wijze

 

Weg

 

De lange

Weg

Heel

Traag

 

Zo traag

Dat zij de snelheid

Voorbij-

 

Streeft

 

 
HET ONVERWACHTE

 

1

 

Zes graden zou het worden

In het weekend

 

Het werden er maar

Drie

 

Vergeefs

Wacht ik op de warmte

 

De warmte

Ze wordt alleen nog maar voorspeld

 

2

 

Onverwachte koude

Je rekent er niet op

Dat het ineens zo koud kon worden

 

Klokslag zeven

Zaterdagavond

 

De koude van het leven

 

 
EENS

 

Kijken

 

Maar

Ik kan alleen maar

Lezen

 

Kijken

 

Maar

Ik kan alleen maar

 

Zien

 

 
VERZITTING

I

 

Ik zit op de plaats

Waar ik zat

De stoel is nog warm

Van mezelf

 

Ik schrijf

Waar ik schreef

 

Een gedicht

 

 

 

2

 

Ik ga verzitten

Zit op de plaats

Waar nog niemand zat

 

Een nieuwe stoel

 

Vanaf die stoel, die uitkijktoren

Bekijk ik

De plaatsen waar ik zat

De deuken in het stof

 

Alweer met wat stof overdekt

3

 

Waar ik nu zit

Zat Rogier

 

Zou hij hier nog zitten

Dan zat ik op zijn schoot

 

Hij zit hier niet

Hier zit ik nu

Hier

Waar gisteren Rogier zat

 

Als ik opsta

Blijft mijn plaats bestaan

 

Pas als Rogier hier is

Zal mijn plaats vergaan

 

Tegenover Rogier zal ik zitten

En toezien

Handenwrijvend

Hoe mijn plaats vergaat


4

 

Zo dwarrel ik door de kamer

Een deeltje stof

 

Bedek de stoelen

De banken

En neem de glans van de fles

 

Mijn hand legt zich zachtjes

Op het binnenvallend licht

 

Ik betast de tijd

 

Mijn vinger gaat

Over het stof

Op het bodemloze

 

 

ZINGEN ZEGGEN DICHTEN

 

In

Meerdere toonaarden

 

De ontkenning

 

Wat

Ik daarmee zeggen wil

Is

 

Niets

 

Eerder

Wat ik daarmee

Zingen

Kan

 

In golven van

Ontzetting

 

 
II

 

Dit is

Een tentoonstellingsruimte

 

Hier staan woorden

Die

Zichzelf laten

Zien

 

Woorden

Om

Te

Zien

 

Woorden

Met

Ogen

 

 
IN TEL

 

Mijn bloemen

 

Geel

En rood en

Blauw

 

Twee

Bij twee bij

Twee

 

En ook

 

Twee gele

Vaatdoeken

 

Aan de lijn

 

Ik vergat

Een witte

 

Een

Is

In de minderheid

 

Op de rand van

Vergeten

 

En daardoor

Des te opvallender

 

 
SENSATIE

 

Het blad van de krant

Kietelt mijn been

 

Ik schrijf

In eerste instantie

Het gekietel

Aan een vlieg toe

 

Een vlieg heeft daartoe

Het eerste recht

 

 
IN TEL

 

Vier

 

Wat zijn dat

 

Vier wolken

Vier glazen

 

Vier glas

 

Vier

 

Nog even

En het is

Vuur

 

Die de brand zet

In al wat komt

 

Na vier

 

De alleenheerschappij

Van

 

Vier

 

 
ZONDER TITEL

 

Ik denk niet

Ik spreek niet

 

Ik formuleer

Pure vorm

 

 
VISIES VAN EEN FILMER

 

De camera, de dingen

En

 

Daartussen

Het woord

Even kaal als

Al het ongenoemde

 

Het oog

Sluit zich om de mond

 

Het toont

Hetgeen het verzwijgt

 

 

 

 
SOMBER BEELD

 

Amsterdam

Het vooruitzicht van

Regen

 

Duiven

De ratten van

De stad

 

De ratten van

Het luchtruim

 

En wolken

Als schuim

Aan de horizon

 

 

 
ROUW IN WIT

 

Waar is de melk

Ik zie wit

Het wit van wolken

Het wit van ijs

Waar is de melk van

Het paradijs

 

Ik zie wit

Zo vluchtig

Zo hard en zo koud

Waar is de melk

Waar ik van houd

 

Je vraagt:

Welke melk

Je weet heel goed

Welke melk

Niet elke melk

Niet de melk uit pakken

Uit flessen, flacons

 

Wel

De melk uit het heilige

Het toegewijde

De melk

De bijzondere melk

Speciaal voor jou

De melk

Ooit gonzend boven je hoofd

De dierbaarste melk

Een melk naar je hart

In pijplijnen stromend naar

Het universum

 

De moederwarme melk

Nevelmelk

Die wrevelmelk is geworden

Wervelmelk

In kolkstromen van verdriet

Gestolde melk

Tot

Stilstand

Gekomen

Melk

 

 

 
BENIJDENIS

 

Het water stroomde

Ik benijdde de gelijkmoedigheid

Waarmee het water stroomde

 

Het water stoomde

Schijnbaar aan alles voorbij

Gelukzalig in zichzelf gekeerd

Het stromen was het water genoeg

 

Het kende zijn bedding

Het kende zijn plaats

 

Vertrouwd als het was

Met de eigen eeuwige beweging

Begin en einde aaneengeschakeld

 

Zonder bron en zonder haven

Zo leek het water te stromen

Alle verhalen verhullend

In een kabbelend zwijgen

 

 

 
ONBEGRIP

 

Je wilt de dood

Met beide handen

Bij de keel grijpen

 

Hem in het gezicht schreeuwen:

 

“Geef terug

Geef terug”

 

De dood is doof

Blijft ijzig

Kalm

 

Het levenseinde heeft geen gezicht

Het heeft de wreedheid van een bericht

 

“Meghalt a mammi”

 

Hevig snikkend uitgesproken

 

Je wilt je oren niet geloven

Maar

De stilte houdt je ondersteboven

 

 

 

 
ONGELOOF

 

Suggereer

De komma

 

Zet de aanval in

Op de punt

 

Het definitieve

 

Herhaal

Tot in het oneindige

 

Lieve, lieve, lieve ….

 

 

 
ADMINISTRATIE

 

Boekhoudboek

 

Datum

Omschrijving

Bedrag

 

13-10-2012

Een doodsbericht

 

9-11-2012

Een begrafenis

 

Boek over

Leven naar

Niet leven

 

Post-memorie

 

 

 

ROUW

 

Een boom

In mooie herfstkleur

 

Nu nog

De bijpassende muziek

 

Marche funebre

 

 
GESTRAFT MISBRUIK

 

In het gras

De ijzeren schaduw

 

Verroest:

Van Gogh!

 

Hier liep hij

Onopgemerkt

Een en al opmerkingsgave

 

Hier liep hij

Zijn gestalte

Te verwezenlijken

 

Maar meer nog

Het idee

 

Hij liep voort

In de drang tot

Voortbrengen

 

 

 
TASTBAAR VOELBAAR

 

Jij bracht voort

Al diegenen

Die jou zouden gaan missen

 

Jij omringde je

Met mensen

Waar je goed voor was

 

Je bent goed voelbaar

Nu je ons ontvallen bent

 

Het is goed te voelen

Dat je er niet meer bent

 

Het voelt niet goed

 

 

SIER EN NUT

 

Watertoren

 

Ze zal

Ongetwijfeld ooit

Van nut zijn geweest

 

Van baksteen is ze

 

Haar enige functie

Nu

Is

 

Mooi zijn

 

Exemplarisch voor

De schoonheid

Van

 

Watertorens

 

 

 

 
SCENARIO

 

Bij thuiskomst wachten mij

De plastic zakken op

 

Heb ik hen daar

Op tafel neergelegd

 

Of hebben zij

Zichzelf zo geënsceneerd

 

 
DE MAKER VAN UITZICHT

 

Plaats

Het raam in

De lijst

 

Een bewijs

Voor

De naamloosheid van

De maker

 

Het werk

Blijft

Ongesigneerd

 

Plaats

Een lijst om

Het raam

 

En

De naamloosheid

Om

De naam

 

 

WINTER GEDICHT

 

Boomgaarden. Paaszaterdag in de Betuwe. Ik zat in de trein naar Zutphen. Ik keek uit het raam en zag de bomen schuimen van bloesem. Bomen. Ik zie jullie nu wachten in alle kaalte. Op Vrijdag 22 maart, een week voor goede vrijdag, zijn alle takken nog wit van de vorst. Wat duurt de winter lang. Lente, haast je. Het is jouw tijd nu. Lente, verover de ruimte. Lente, waar blijf je. Het café is open en ik zie nog geen enkele klant. Ik zie slechts een enkel teken, een enkel groen knopje. Lente, wat ben je nog klein, wat ben je nog ver. Bloesem, hoe kan ik je doen bloeien. Hoe kan ik mijn ongeduld, mijn verlangen omzetten in een groeihormoon. Lente, ik wacht me, ik smacht me te pletter

 

 

RIJDEN

 

Rijdt

Gereden

Zal waarschijnlijk gereden hebben

Hoort eigenlijk te rijden

Rijdt vooralsnog niet

 

 
REISGEDICHT

 

Ik reis

Ik hoef niet zo nodig ergens te zijn

Ik hoef niet zo nodig ergens aan te komen

 

Als ik maar weg ben van huis

Als ik maar even aan het reizen kan blijven

 

In mijn huis word ik opgejaagd

Door de toekomst

Door al die dingen

Die ik nog moet doen

 

Ik reis

Ik ben op reis

En waar ik aan zal komen

Is mij om het even

 

Als ik maar even weg kan zijn

Even

Mijn vroegere leven niet herinner

 

 

REISGEDICHT

 

Mensen stappen in de trein. Mensen met verschillende gezichten, verschillende namen. Mensen. Ik ken geen van hen. Ik ken alleen het mens-zijn van de mensen, dat waarin zij lijken op mij. Mensen, ze doen me na in ademen. In het hebben van onzichtbare gedachten, onkenbare verledens, in het achterhouden van verhalen. Mensen. Een voor een moet ik naar hen op zoek. En velen zal ik nooit vinden, nooit kennen. Nooit bereiken.

 


ASPERGE GEDICHT

 

Onder zwart plastic

Wit goud

Dat wacht

Om te worden gedolven

En naar de mond gebracht

 

Over de akker

Speelt het licht

Op de donker glanzende golven

 

Aarde herbergt

De vooralsnog verborgen smaak

Van asperges

 

 

ASPERGE GEDICHT VERSIE TWEE

 

Ik kijk uit het raam van de trein

Als iemand me wijst

“Daar

Het witte goud”

 

Ik zie zwart plastic

We rijden door de Peel

Hier werd vroeger turf gestoken

Daar denk ik aan

Het zwarte goud

Turf

En de zwarte plak

Een plek uit de oorlog

 

Ik zie zwart plastic

En langzaam wordt het me duidelijk

Zwart plastic beschermt de asperges

Het witte goud wordt hier gedolven

 

Ik breng de naam naar de mond

En herinner mij de smaak

 

Het witte goud

Ik breng het vredig en verzaligd

Naar binnen

Ik sluit mijn ogen

Om niets dan wit te zien

 

Zo zacht kan wit zijn

Ik kijk naar buiten

En hap naar lucht, naar aarde

 

 

SCHRIJVEN

 

Schrijvend

 

Aan geen enkele

Emotie

Ten prooi

 

Enkel

Werkend

Aan

 

De vorm

 

Voor

De vorm

 

 
ABBATOIR

 

Slachtafval

Ik hoor de varkens schreeuwen

Des avonds eet ik spek

Dat smaakt naar doodsangst

 

 
SCHRIJVEN

 

I

 

Alles

Staat er

 

Onvermeld

 

Het blijft

Staan

 

Wat er staat

Staat er

 

Maar

Niet hier

 

 
II

 

Wat er staat

Het houdt zich afzijdig

 

Ik zie het

Maar verleen het geen naam

 

Ik ben te onaangedaan

 

 
III

 

Wat er staat

Het blijft neutraal

 

Het neemt me niet

Bij de hand

Bij het hart

 

Het wil zijn naam niet schrijven

Het wil onbeschreven blijven

 

 
IV

 

Er is geen sprake van

Ontroering

 

Het beroert me

Op geen enkele wijze

 

Het had er ook gewoonweg

Niet kunnen staan

 

Net zo min als ik

Heeft het recht op

Een verhaal

 

 
V

 

Wat er staat

Je moet het zien

Niet lezen

 

Ik laat het

onbeschreven

 

 
NAAM

 

Perzik

 

Niet dat ik

Die eet

 

Wel

Dat ik die vermeld

 

Om

De een

Of andere

Duistere reden

 

Het woord

Dat zich voordoet

Op

 

Die eerste regel

 

 

 

NAAM 2

 

Leegstand

 

De klok is

Stil blijven staan

 

Ik

Begrijp het niet

 

Ik

Pas op de vierde regel

Voor de eerste keer geschreven

 

Wat heeft dit alles

Met elkaar te maken

 

Wat verbindt

De dingen

 

De inkt der onwezenlijkheid?

 

???

 

-tig

 

Na

Het

-sime

 

Tel

Tot

 

-ig

 

Tel

Tot

 

Raad-

Sel

 

 

 

 

 

 

 

NAAM 3

 

Desolaat

Het groen

Ik noem maar iets

 

Er bestaat

Geen bewijs

 

Je moet het

Van me aannemen

 

Je moet me

Op dit woord geloven