al die wijzen

Al die wijzen
Die me wijzen op

Hoe verkeerd ik leef

Al die wijzen
Die me vertellen

Hoe onoosters het westen is

Hen zeg ik

Het enige leven
Is
Het verkeerde leven

ijs sterft uit

we gaan
voor echte winters
naar Mars

onze wellustige planeet
wordt heet
tussen twee tegenpolen
die elkaar vernietigend begeren

fossielen
van de kou
bewaren we in vrieskisten

in nevels van freongas
in nevels van Avalon


dit is
een kijken
zonder
bewust
te willen
zien

zonder
bewust

het is
de ogen
opslaan
zonder
de blik
te richten

het is meer een wachten
om
tot iets te komen

tot iets
te worden aangetrokken

 

 

ik praat
haper
word onzeker

verwacht
in de interval
een aanval

de ruimte
tussen de woorden
bevat

afgrond

 

vogels vliegen
om
aan het beeld
van vogels
te voldoen

ik ben te gewend
aan het beeld van vogels
om
echt nog vogels
te kunnen zien

zoals
voorbijgangers
mensen zijn

maar allereerst
voorbijgangers

 

een jongetje
speelt
jojo

een jongetje
en de jojo
maakt een sprongetje

hij klimt in
en uit het touw

een jongetje
de jongen
speelt
jojo

is
in

touw

jojo
en jongetje
jonge
jonge
jojo

 

 

fotograferen

het is de kunst
van het reizen
en ergens neerstrijken

zien
dat de wereld er is
als beeld

een foto waard

 

 

alles
vervangen
door

1 woord

teruggaan
naar
het woord

het ene
aan
het woord

 

 

aardappel

1 aardappel
die telt

als
je eet

één
eet

vallen
ofwel

hard
dat valt

ik schrijf
zo langzaam als

het stilstaan

doe stilstaan
elk woord

elk woord
telt

een regel

bijna
elk woord

een tweede keer
ben ik minder
dan de eerste

ik groei niet
maar krimp
tot onvolledigheid

 

 

het leven
heeft geen zin

(althans
geen zichtbare)

maar
het leven heeft
wel
vorm

het ding is gevraagd
om stil te zitten

poseer
en word

bezit

ajax- blauw wit

de namen
spelen tegen elkaar

met cijfers als uitkomst

een streepgetal
een streefgetal

voetbal
dat zwart uitslaat

de namen
genoemd

genomen voor lief

 

al
gaande zie ik

het vergaan

ik zie het aan
zonder het te verstaan

ik moet het laten

het vergaan
ik kan het alleen maar haten

 

 

negen

ik noem een cijfer
dat volgt op de acht

een cijfer dat niet lacht

er is een eeuwigheid geweest
en verkracht

de hemels zijn geplunderd
de goden zijn gedood

er is bloedrood
dat ons wacht

 

gaan
naar een onverder

het nuuste van
het nu

kerntijd

waar
tijd een woord is

wanneerloos

een wiel op een tafel
het zinloze van de vorm

voor
de vorm

het wiel
op de tafel

de vorm
van een wiel
de vorm
van een tafel

de vorm
van
een tafelwiel

een cirkelzaag misschien
die
de tijd doormidden-

rijdt

 

 

nergens anders in
geïnteresseerd
dan
in
de eigen schepping

water stroomt
naar
elk willekeurig punt

on-
berispelijke

ver-
langens

verwijt

het verlangen
verlangen
te zijn

verwijt het
zijn blindheid
voor de eigen kortstondigheid
verwijt het
de doofheid
voor de waarschuwende stem van de rede

verlangens
ze zijn zo schuldig aan de wereld
ze zijn zo schuldig aan het nu

het werk

het ligt stil
het ligt geruisloos opgestapeld
in de vorm van
stenen
zand

geen hand beroert dit alles
een hand heeft zich uit dit alles teruggetrokken

de vorm
die er is

is dat
de vorm
die je had verwacht

de vorm
die
je had

ik kijk door de verrekijker
ik denk dat ik een foto maak
ik denk dat ik het vastleg
ik denk dat ik het kan onthouden

ik denk dat ik kijk
ik denk dus ik kijk

ik draag een verrekijker om mijn nek
een verrekijker herinnert mij aan een camera

waar zit het knopje
wanneer flitst de flits

ik kijk door de verrekijker
ik denk te filmen
maar ik zoom alleen maar in

verrekijker

ik breng het grote
dichterbij

ik breng het grote
groot

ik voed het grote op
tot
zijn waarachtigheid

Ik kijk
Ik zie
Ik schilder mee

Ik voel
De vorm van wolken
In de wind

Mijn ervaren
Is boetseren

 

 

mijn stem
niet horen

maar
wat ik zeg

de trilling van
het geschrevene

 

 

alsof er iets staat
te gebeuren

het later draalt nog
het lot stamelt

zoekt nog woorden
zoekt nog beelden

het heeft nog geen naam
voor het gruwelijke

alsof er iets staat te gebeuren
zo wachten de schepen
in de haven

zo staan de paarden
op stal

misschien
is het wachten wel
het gruwelijkst van alles

 

 

die ene nacht met jou
die ik onvergetelijk acht

ik moet er steeds aan denken
niet dat ik hem mij herinner
maar jij herinnert mij eraan

ik weet niet
wat voor nachten
er zullen volgen op
die ene nacht

ik weet alleen
dat ik 56 ben
en de nachten ken

ik weet
dat jij het mooist bent
het meest dichtbij bent
die ene ene nacht

die ene nacht
die ik voor me zie
als ik je zie

die en nacht
die voorlopig
de enige nacht is
ik zie jou
en kan niet verder kijken dan
die ene “ one night with you”

 

 

Andere woorden
Dan

Woorden

Andere woorden
Voor het woord

Woord

Er zijn
Geen andere
Woorden

Er is
Geen ander

Vlees

 

 

Wakker
In een huis zonder goden
Met de kleren over de stoel
De schoenen onder de tafel
En de sterren aan de hemel
En de vragen in mijn hoofd

Vragen
Misschien wel goddelijke vragen
Kinderlijke vragen
Vragen naar de tijd
Vragen om de eeuwigheid

 

 

Thuis met de tv uit
Zonder krant is er geen wereld
Er zijn vogels in de tuin
De eerste bloemen komen uit

Ik moet het huis nog uit
En groot worden en sterk en moe
Ik moet de ander nog tegenkomen
Die van deze wereld is

Ik zie de zon door mijn kamerraam
De sterren door het dakraam
En ik denk

Overal ter wereld
Is er een huis
Als dit huis

Een huis
Om thuis te zijn
Een huis om thuis te komen
Uit de thuisloze wereld

 

 

ARTEMIS

Het noemen van de naam
Is de doem van de naam

Een naam
Als een steen
Ligt hij op je

Je wilt hem maken
Tot een diamant
Je wilt water uit hem slaan

Maar hij verplettert je
Als je niet tijdig
Onder je naam uitkomt
Een andere naam
Aanneemt

 

BEKLEMMING

In
Mijn leven komend

Kom je
In mijn angst

Jij
Bron van vreugde
Bron van liefde
Spring
Spuit
Stuiter

Jij
Leven
Levend levende
Jij komt
In al wat leeft

Mijn menselijke geest
Mijn menselijke
Natuur

Mijn water
Mijn vuur

België
Daar wonen Belgen
Gebelgde en gebelde Belgen

In een huis woont een mens
In een land een volk

België
Een land met een naamplaatje
Op het voorhoofd

Een land waar men Belgisch hoort
Te spreken

Je kunt in België wonen
Het kan
Het kan ook niet

Er zijn mensen die in België wonen
Dat zijn Belgen

Ja
Je wordt Belg
Je bent Belg
Als je in België woont

Zo eenvoudig is het
Toch?

 

 

Ik weet
Wat de woorden verbergen

Nee
Eerder
Weet ik
Wat ze verhinderen

 

 

Bibliotheekliedje

Ik heb griep
In de bieb

Dichterskoorts
Plankenkoorts
Enzovoorts

Ik heb griep in de bieb

Spierpijn
Hartenpijn
Marsepein

Ik heb griep
In de bieb

Met overal romans
En nergens
Een romance

Ik heb griep in de bieb

Ik ijl en hallucineer
En ken mijn eigen naam niet meer!!
Heet ik nu Willem of Anne?
Is Napoleon naar Venlo of Helena verbannen?

Ik heb griep
In de bieb

Huiduitslag
Vlinderslag
En van de slag

Ik heb griep in de bieb

Verlegen belegen
Volkomen ongelegen

Ik heb griep
In de bieb

Ik kan niet schrijven op bevel
Zit niet lekker in mijn vel
Verrek!? Nu kan ik het toch wel!

Lang leve de griep in de bieb

 

 

Bijna

Ben je
Weer hier

Bijna

Zie ik
Je weer

Op het station
Om kwart voor een
Op de overloop
Om kwart voor negen

Tijden
Lijken terug te keren
En ook jij

Bijna

Ben je hier
Ook al
Ben je

Eigenlijk
Niet weggeweest

De tijd
Heeft in feite
Stilgestaan
Stil
Als jouw beeld

Op het station
Is het
Kwart voor een gebleven
Op de overloop
Is het nog steeds
Kwart voor negen

 

In mijn hoofd is het
Leeg van stilte

Niets heeft er werkelijk
Een naam

Alles heeft er
Een naamloze gelijkheid

Het is middag
En ik ben thuis
Alleen
Zonder werkelijke opdracht

Ik voel zelfs
Het alleen zijn niet

Ik voer het alleen zijn uit

Het is middag
En ik weet niet eens hoe laat

Het is vrede
Ik leg alle wapens neer

Het is vrede
In het toekomstloze nu

 

 

Alleen thuis
In de onverantwoordelijkheid
Van het ongeboren zijn

Ik weet niet
Wie mijn vader of mijn moeder zijn

Ze ontkennen zich
Door niet langer constant bij mij te zijn

Misschien zijn ze er zelfs niet

Waar is de liefde
Die mij verwekte

Die liefde
Die wil ik als ouders

 

 

Lichaam
Deze vreemdheid

Woord is naam

Aan-
Raking ligt er
Ten grondslag
Aan

Aanraking vormt
De grondslag
Voor

Het voortbestaan

Lichaam
Jouw lichaam
En mijn

Verhoogde hartslag

 

 

De aandacht
Blijft niet gericht
Op het potlood

En daardoor
Zal het verloren
Raken

Hoe kan ook
Een potlood zonder handen

De aandacht
Vasthouden

 

De ander
Die ik
Hier
Ben
Op deze eigen kamer

Daar
Voor mezelf

Daar
In het nu

Onvoorbereid
Op morgen

De ander
Die ik
Dan
Zal zijn

Voor mezelf

Ik
Die andere
Ander

 

 

hoe je imago je schaadt
hoe gedaante je schaduw wordt
hoe jij je met je eigen leegte omringt
hoe jij je verbeten verbuitent

 

 

kies je
voor je positie
dan kies je
voor jouw manier van sterven

 

 

GEVANGENE

de naam van mijn familie
is mijn bekentenis

ik kies mijn celgenoten als familie
en dood als mijn loopbaan

mijn enige familie
is de leugen
dat ik het heb gedaan

 

 

woorden
om

te gebruiken

ik

woorden
om

weg te laten

 

 

hoe maak je
leeg-
te
hoe
maak je

leeg

er is
geen waarom
in

de leegte

enkel
een hoe

nergens
meer

nergens
meer
naar

toe

 

 

 

het weinige

dat
over is
van

het vele

 

 

tijd
is het enige
dat zich uitbreidt

tijd
is enig in zijn soort

 

 

het schrijven
dat van
alles de uitdrukking is

ik druk het schrijven uit

 

 

ik
ik
ik
ik ik ik
ik
ik ik ik ik

ja
het moet eruit

 

 

dit halfgevecht dit
schijngevecht
dat
het denken is

bloed
dat stroomt
en denkt
dat

het vloeit

 

 

we hebben over je gepraat
ik kan niet met je praten

ik kan niet meer
met je praten nu

ik kan niet praten met
een onderwerp van gesprek

 

 

ik kijk in de spiegel
ik maak me niet op

integendeel

ik bewonder mijn uniekheid

 

 

het meisje
waarmee
ik dans

is dat

het meisje
waarmee
ik leef

 

 

de woorden
zelf

klinken

zonder
schrijver

te lezen
zijn ze

te zijn

 

 

ik weet

het leven
is

vorm

voor mij

ik leef
voor
de vorm

 

 

gedichten
in een mooi boekje bijeen

een boekje
om weg te leggen
een boekje om te verzamelen

een boekje
om heel even in te kijken

 

 

hier
waar het verschijnt

het nu
als woord

dit keer

hier

het vele
vele nu

zoveel nu
is hier

zoveel
nu is hier

dat

 

 

opa

roept
mijn kleinzoon

ik kijk
niet
op

ik ben
er
niet

het woord
komt zomaar

een woord
dat bij hem op komt
in hem
opkomt

ik
kom niet
nog niet

 

 

in
een keer
is het er

dan
is het er
ook

 

 

het woord
dat veronderstelt

dat het beeld
iets vertelt

het beeld
beeldt echter

uit

 

 

 

 

ARS POETICA

Ik spreek
De leegte toe

Uit noodzaak
Uit gewoonte

Met gebruik van
De gewoonste woorden

Met de weinige woorden
Die zich aandienen

Tevreden
Met hun kleine plaats

Ze dringen zich niet op

Ze hebben de vorm van het nu
Dat ik weergeef
Dit innerlijk nu

Zo na aan rust
Zo even
Als het verlangde evenwicht